Simon de tovenaar

GKv Emmaus 24 juli 2016
de bijbel ligt open bij Handelingen 8

Kindermoment

Dit verhaal speelt in Amerika. Daar komen de Indianen vandaan, dat weet je wel.

Er was eens een oude Indiaan die door de stad wandelde, samen met z’n kleinzoon. Het was druk op straat. Veel mensen. Veel auto’s. – Zie je die Indiaan daar lopen met z’n kleinzoon?

Ineens staat hij stil. “Hoor je dat?’ vraagt hij. “Hoor je die krekel?”

“Dat kan toch niet,” zegt die jongen. “Hoe kan hier nou een krekel zitten, midden tussen al dat verkeer en al dat lawaai van de stad. Dat kun je toch nooit horen?”

De grootvader loopt naar een eenzame boom die tussen al dat beton staat. Hij bukt zich en trekt een bosje gras aan de kant. “Kijk, daar zit-ie.” En ja hoor, daar zit een krekel.

krekel.png

“Hoe kun je nou zoiets horen, opa?” vraagt z’n kleinzoon verwonderd.

“Let maar eens op,” zegt de oude Indiaan.

Hij steekt z’n hand in z’n zak en haalt er een handvol munten uit. Die gooit hij op de stoep. En ineens … allerlei mensen kijken op. Ze zijn druk druk druk. Ze zijn haastig onderweg naar hun afspraken, hun vergaderingen. Maar op dat geluid staan ze stil en kijken om.

“Zie je,” zegt grootvader, “waar je hart vol van is, daar let je op. Mijn hart is in de natuur. Hun hart is bij het geld.”

money

Waar is jouw hart? Bij het geld. Bij dieren en planten. Bij de Here Jezus. Daarover gaat ’t in Handelingen 8. Dezelfde vraag die Jezus al eens stelde. “Want waar je schat is – zei hij – daar is ook je hart.” (Mt 6:21).

Je lichaam is in de kerk. Je bent gedoopt. En toch. Is je hart ook in de kerk? Is je hart wel recht tegenover God?

Dat is – broeders en zusters – wat u en ik van Simon de Tovenaar kunnen leren. Waar is je hart vol van?

Mijn focus is Handelingen 8:18-21.

Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan en zei: ‘Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’ Maar Petrus zei tegen hem: ‘U zult in het verderf worden gestort, u met uw geld, omdat u denkt te kunnen kopen wat God geschonken heeft. U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak, want uw houding tegenover God is niet oprecht.

Simonie

Adri en Ad, jullie zijn door de gemeente gekozen als ouderling en diaken. Met een mooie uitslag – zeg je zelf – een ruime meerderheid. Hoeveel heeft je dat gekost? (…)

Alles is te koop:

  • duimpjes – likes – op Facebook – voor een paar tientjes heb je duizenden nieuwe fans uit Bangla Desh of Pakistan
  • douze points bij het songfestival waarbij de slechtste landen kunnen winnen
  • Trump en Clinton in de VS die kiezers ‘kopen’ met mooie beloftes

Dus waarom niet in de kerk?

Er is zelfs een aparte term voor. Simonie. Genoemd naar … juist.

 

Het koninkrijk van God breekt door in Samaria

Handelingen 8 is best een spannend verhaal. Lucas weet ’t mooi neer te zetten. Maar pas op dat je niet blijft steken in het persoonlijke drama rond Filippus en Simon.

Handelingen gaat over het werk van Christus. Zoals hij dat ook na z’n hemelvaart voortzet (1:1v). In dat kader staat ook hoofdstuk 8.

We komen dan in een stad van Samaria. Hé, die naam noemt de Heer ook in 1 vers 8, weet je nog? Als hij z’n programma aan z’n apostelen voorhoudt. Eerst Jeruzalem. Dan Judea en Samaria. En tenslotte de rest van de wereld. Zo moet ’t gaan. Zo wil God ’t hebben (vgl. 3:18.21, Lc 24:46b).

En dat gaat nu gebeuren.

Filippus komt in Samaria. Hoe? Ja, hij zal wel moeten. Na de dood van Stefanus breekt in Jeruzalem een geweldige christenvervolging los. Saulus gaat als een beest tekeer. De 12 leiders zijn nog betrekkelijk veilig. Maar de rest – duizenden – moeten vluchten.

Zo gaat ’t soms nog. Christenen in Eritrea, Syrië en Irak worden vervolgd. De kerk wordt uit elkaar geslagen.

Maar weet je wat zo mooi is?

Het bloed van de martelaren is het zaad van de kerk. Christus gebruikt dit werk van de duivel om zijn rijk verder te brengen. De evangelieverkondiging komt nu in fase 2: Samaria.

st_stephen_martyrdom

Zouden de apostelen dat uit zichzelf ook zo gedaan hebben? Joden gaan niet om met samaritanen (Jh 4:9, vgl. Lc 9:52vv). Dat zou veel van ze gevraagd hebben. En nu moeten Petrus en Johannes erkennen: ook Samaria heeft het woord van God aanvaard. Ze komen hun vroegere vijanden de handen opleggen (vgl. 8:14v).

Op dezelfde manier trekt de Heer ze later ook de volgende grens over: naar de heidenen, Cornelius (vgl. 10:45vv). God zelf betrekt de heidenen in het nieuwe leven!

Christus gaat verder met de uitvoering van zijn programma. Het koninkrijk der hemelen breekt door in Samaria. De duivel kan hem niet stoppen.

Al probeert hij dat natuurlijk wel. Ook dat is duidelijk uit Handelingen 8.

De duivel heeft heel wat in huis om het rijk van Christus tegen te werken. Ook vandaag.

  1. Hij kan de kerk vervolgen. Christenen worden onthoofd. Dan zie je mensen bang worden. Natuurlijk. Als ’t jou je leven kan kosten!
  2. Een beproefd middel is ook ruzie tussen kerkleiders. Zie hoofdstuk 15.
  3. En als dat niet lukt, is er altijd nog het syncretisme. Daarmee bedoelen we dat je  het evangelie inruilt voor heidense gedachten en daden. If you can’t beat them, join them. Je kunt in Syrië je hoofd behouden en hier in Nederland je hart verliezen.

Dat laatste gebeurt hier.

Het gaat in Handelingen 8 om meer dan personen. Hier staat het koninkrijk van de Heer tegenover het rijk van de duivel.

En zo is het vandaag nog. Wij zien vaak niet meer dan mensen. Maar ik hoop dat je het geheim van Gods aanwezigheid kent. En dat je ook de tegenkrachten van de satan onderkent. De strijd achter de strijd waar het laatst in de preek over ging (Ef 6:12).

Kijk zo nog eens naar Simon de Tovenaar.

  • Dat is geen Hans Kazan of Hans Klok. Iemand die met vingervlugge trucjes de mensen voor de gek houdt. Simon de Tovenaar is niet een goochelaar. Hij is een magiër.

simon-the-sorcerer-android-4

  • Hij is ook niet Simon the Sorcerer van zo’n retro game. Een raar uitgedost mannetje in een wonderlijke wereld. Dat is allemaal heel onschuldig. Simon is een witchdoctor, wat wij in Zuid-Afrika een sangoma noemden.
  • Hij is iemand die in contact staat met de onzichtbare wereld. Die mensen daar binnen kan brengen. Die de krachten uit die andere wereld kan beheersen. Occultisme dus.

In de apocriefe boeken en de in de oude kerkgeschiedenis is over Simon heel veel geschreven. Ook veel onzin, volgens mij. Als je dit maar onthoudt. Simon de Tovenaar belooft de mensen in Samaria geluk. Via hem kunnen ze in hun leven iets geweldigs bereiken.

En dat is best actueel.

Gelukzoekers vind je overal.

Onder vluchtelingen en onder PVV-stemmers.

Jij ook. Ik ook. Waar zoek je dat geluk? En waar vind je dat in je leven?

Over die vraag gaat ’t in Samaria. Maar ook hier in Bergen op Zoom. In de hele wereld. “Waar is je hart vol van?” Laten we het aandachtig lezen.

Mens wordt God’ (Simon) – of – ‘God is mens geworden’ (Filippus)

Waar gaat ’t in Samaria nou eigenlijk om? Ik zou ’t zo willen samenvatten. Het evangelie van Christus staat tegenover het nepverhaal van de duivel. Simon tegenover Filippus. De satan tegenover God.

Allereerst Simon de Tovenaar.

Het steekwoord dat zijn optreden kenmerkt, is verbijstering. Vers 9, vers 11: jarenlang heeft hij de mensen in de stad versteld doen staan en ontzag ingeboezemd met z’n toverijen (vgl. 8:13).

Wie op de kermis of op tv een goochelaar aan het werk ziet, staat verbijsterd door z’n vingervlugheid. Hij doet iets met die kaarten. Maar wat?

Wie in Afrika een sangoma aan het werk ziet, staat ook versteld. Ze raakt in extase. Ze spreekt in tongen. Daar zijn duistere krachten aan het werk. Dingen die je als mens niet kunt begrijpen. Griezelig gewoon. Duivels.

Maar dan Filippus de Evangelist.

Bij zijn optreden past een ander steekwoord, namelijk blijdschap. Vers 8: er ontstaat grote vreugde in de stad.

Van zo’n toverdokter word je niet blij. Eerder een beetje bang. Maar als de kracht van God in je eigen leven komt. Dan gebeurt er iets heel anders.

Filippus vertelt over Jezus Christus, staat er in vers 12. Hij laat zien dat het koninkrijk van God dichtbij gekomen was. Hij verkondigt hun de messias, zegt vers 5 ook al.

Dat is niet indrukwekkend, zoals Simon: je kunt deel krijgen aan goddelijke krachten. ’t Is eerder vernederend: God is een zwakke mens geworden. Maar juist dat evangelie is een kracht van God tot redding voor een ieder die gelooft (Rm 1:16v).

Zo komt er echte blijdschap tot stand. Tot in de wortel wordt het leven genezen.

Dat mag Filippus onderstrepen door wat hij doet. De bijbel noemt dat tekenen (8:6.13). Daar zit een verwijzing in. Niet naar Filippus, ‘de grote macht van God’ (8:10). Maar naar Jezus Christus. Die alle dingen in zijn rijk nieuw komt maken (Op 21:1-5).

Dat heeft Simon niet begrepen. Van de mensen in Samaria staat er dat ze door de tekenen die ze zien, het woord van God gaan geloven (8:6.12.14). Maar Simon staat versteld, zegt vers 13. Weer diezelfde term.

Misschien mag ik het duidelijk maken met een voorbeeld. Dat de kinderen – denk ik – ook wel kunnen snappen.

Kleine Ties zit bij haar papa op schoot. Hij kraait ’t uit van plezier.

Papa en Ties zitten voor het raam. Ze kijken naar buiten. “Kijk – zegt Francois – een vogeltje!” Hij wijst het met z’n wijsvinger aan. “Zie je dat vogeltje?”

Ties kijkt aandachtig … naar de wijsvinger van z’n vader. Hij probeert papa zelfs na te doen. Door ook met z’n eigen vingertje te wijzen. Dol enthousiast.

Waar ’t eigenlijk om gaat – dat vogeltje – dat ziet-ie niet. Waar papa’s vinger eigenlijk naar verwijst.

Zo gaat ‘t met Simon de Tovenaar. Hij ziet geweldige dingen gebeuren door de hand van Filippus (8:13). Die tekenen zijn zelfs beter dan die van hem. Hij wordt er enthousiast van. Overal loopt-ie Filippus de Tovenaar achterna. Hij wil hem zelfs wel imiteren.

Maar het vogeltje buiten ziet hij niet.

Hij ziet zichzelf niet, in z’n vreselijke zonde. Hij ziet de noodzaak van bekering niet. Hij ziet zelfs de heerlijkheid van Christus niet, die alle dingen nieuw maakt.

Filippus wijst met uitgestrekte vinger naar de heerlijkheid van Jezus. En Simon kijkt zich de ogen uit op die vinger. Hij gelooft er heilig in. Hij wil wel geld neertellen om ook zo te kunnen wijzen. Maar hij draait niet één keer z’n hoofd om, om uit het raam te kijken.

De Heer doet geweldige dingen, ook in de wereld van 2016. De natuur. Gebeurtenissen in de wereld. De leiding van je leven. Stuk voor stuk wijzende vingers. Maar waar ’t om gaat is geloof in Jezus Christus.

  • Praten over een mooie preek is één. Je laten veranderen door Christus die in de preek naar je toe komt, is twee.
  • Avondmaal vieren is één. In brood en beker werkelijk Christus ontvangen in je hart en leven, is twee.

Zo komt Simon ter sprake in artikel 35 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Niet het teken van brood en wijn is primair. Maar of je hart recht tegenover Jezus is.

selalelo.jpg

Simon de Tovenaar zit in de kerk. Hij neemt deel aan het avondmaal. Maar het helpt hem geen sikkepit. Want hij lijdt aan een ernstige ziekte. Een dodelijke hartkwaal.

Dat kan dus. Dat het evangelie in je hart is gezaaid. Maar het heeft geen wortel. Het zit niet diep genoeg (Lc 8:13). Uiteindelijk gaat ’t bij jou om andere dingen.

Die vraag mag ik dus stellen naar aanleiding van Handelingen 8. Hoe staat ’t met jouw hart? Denk maar weer aan die Indiaan uit het kindermoment.

[Om misverstand te voorkomen. Het gaat hier niet over mensen die psychisch ziek zijn. Die wel graag willen geloven. Maar ze kunnen ’t gewoon niet. Tegen hen zeg ik: wees maar gerust. De Here ziet ook in jouw hart]                                       Maar verder –

De Heer ziet in jouw hart. Jij bent niet een onschuldig kind als Ties, die op Francois z’n knie naar z’n vinger zit te kijken. Je bent een volwassen mens die kiezen kan. Is je hart recht voor God? Ben je al echt klein geworden voor hem? –

Of wil je jezelf groot houden? Net als Simon de Tovenaar. Die van zichzelf beweerde dat hij iets groots was (8:9 NBG’51).

Dat was zijn probleem.

Er is veel over gestreden of Simon eerst wel of niet echt geloofde. De tekst laat zich er niet duidelijk over uit. Veel belangrijker is de vraag of jij nu wel of niet recht voor de Here staat. Heb je het evangelie van de redding van de zonden aangenomen? Of blijf je bij de leugen van de duivel dat je als mens zelf goddelijk kunt worden (Gn 3:5)? Blijf je groot – of word je klein?

Leven van genade (Filippus) – of jezelf groot houden (Simon) ?

Dat is de kernvraag in Samaria. En in Bergen op Zoom.

Simon komt niet alleen voor in NGB 35, in de geloofsbelijdenis van de kerk. Ook de kerkorde verwijst naar hem. Verwees, moet ik zeggen. In artikel 80 van de ‘oude’ Dordtse kerkorde stond een lijst van zonden op sterkte waarvan een ambtsdrager geschorst of afgezet kan worden. Daar werd inderdaad de simonie genoemd.

10cartoon2Simonie. Een kerkelijk ambt kopen voor geld. Een kardinaal die bisschoppen omkoopt om tot paus gekozen te worden. Een dominee die een beroep aanneemt omdat hij elders meer kan verdienen. Een priester die iemand wel wil dopen als hij geld betaalt. Aan dat soort dingen moet je dan denken. Simonie.

PTL

Daarom begon ik met de vraag aan Ad en Adrie. Misschien moeten we ook Jan en Jos en Anneke vragen, of ze gelobbyd hebben om niet gekozen te worden …😉

Maar neem ’t nou eens voor een bepaald soort houding. Zoek je jezelf in het ambt of wil je dienaar zijn? Ben je vol van jouw ego, hoe jij denkt en doet – of ben je transparant, zodat Christus in je stijl van spreken en leven zichtbaar wordt?

En neem ’t nog maar wat breder. Hoe leven wij – ambtsdragers en kerkleden? Is je hart recht voor God? Denk je van jezelf dat je iets groots bent – Simon – of wil je de naam van Christus groot maken – Filippus?

Dat is het punt in Samaria. En in Bergen.

Misschien gaat ’t daarom ook wel zo vreemd toe met de uitstorting van de Geest. Daar is al heel wat over gepuzzeld. Waarom worden ze eerst gedoopt in de naam van Jezus en krijgen ze pas daarna de Geest?

De katholieke kerk kent het vormsel ingevoerd, op sterkte van Handelingen 8. De pinksterkerken voeren dit hoofdstuk aan als ze spreken over de 2e zegen, de doop in de Geest.

Ik ga daar nu niet op in.

Ik denk zelf dat de Here hier een speciale route kiest omdat het Samaria is. Gods werk gaat een nieuwe fase in. Dat vraagt om een extra zekering vanuit Jeruzalem (Petrus en Johannes) én vanuit de hemel (uitstorting van de Geest).

Alle nadruk ligt op Gods genade. Filippus neemt niet eenvoudig de plaats van Simon in. De ene tovenaar die de andere opvolgt. Hier is de Heer aan het werk.

13614990_683825348437870_7921680074863668938_n

En wie daarin wil delen, Adrie en Ad, krijgt dat in de weg van het gebed. Het moet je gegeven worden. Je moet knielen om de genade te ontvangen. In je eigen leven. Of een opwekking in de kerk. Dat is een gave van God.

Alle denken dat je ’t zelf kunt doen is uit den boze. Dat moest Simon de Tovenaar helaas ondervinden. Z’n einde lijkt niet goed te zijn geweest, al is Handelingen 8 er sober over.

Van deze Simon horen we niks meer. Maar Gods werk gaat verder. Volgens ’t programma van Jezus uit hoofdstuk 1 vers 8.

Het koninkrijk van God overwint. Zullen u en ik erbij zijn? Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s